Home
       Wie zijn wij
       Wie is waar
       Activiteiten
       Geregistreerde bezoekers
       C.O.M. nieuws
          2008 - C.O.M. Hasselt
          2009 - C.O.M. Piacenza
          2010 - C.O.M. Matosinhos
          2011 - C.O.M. Tours
          2012 - C.O.M. Almeria
          2013 - C.O.M - Hasselt
       Enquête

Artikelen
       Nomenclatuur

Standaarden

Foto's
       Kleurkanaries

Weblogs

Forum

Te koop

Links
       Plaats link naar Ornivaria

Support
       Veel gestelde vragen
       Contact

GO
Aanmelden
Nieuwtjes
Heb je je al geregistreerd op deze website? Neen, vandaag dus doen. Klik daarom op de knop hierboven registreer. Ben je al geregistreerd klik dan op de knop aanmelden en dan kun je heel wat meer pagina's bekijken.
Home • Hier bent u:  Artikelen » Nomenclatuur  
Nomenclatuur    Minimaliseren
   Zoek     
Enter Search Value:
- without any prefix or suffix to find all records where a column contains the value you enter, e.g. Net
- with | prefix to find all records where a column starts with the value you enter, e.g. |Network
- with | suffix to find all records where a column ends with the value you enter, e.g. Network|
- with | prefix and suffix to find all records containing the value you enter exactly, e.g. |Network|


 WoordOmschrijving
Albinisme
Albinisme is het aangeboren ontbreken van het pigment melanine in haar of huid, wat resulteert in een gedeeltelijk of geheel witte huid en rode ogen. Die huid is erg gevoelig voor de zon en verbrandt snel. Het wordt algemeen beschouwd als een afwijking, omdat bij de meeste soortgenoten wel pigment aanwezig is. Men maakt onderscheid tussen:
oculair albinisme, deze vormen vererven geslachtsgebonden;
oculocutaan albinisme (OCA), deze vererven alle autosomaal recessief.
Albino
Albino’s zijn mensen, dieren, of planten met een aangeboren afwijking. Zij ontbreken het pigment melanine in huid, haar veren en ogen. Dit heeft als resultaat een gedeeltelijk of geheel witte huid, wit haar, witte veren en rode ogen.
Allelomorf
Een van de twee bij elkaar horende genen van tegengesteld karakter
Aminozuur
Bouwstof van de eiwitten.
Een organische verbinding die zowel een carboxylgroep (-COOH) als een aminegroep (-NH2) bezit. Meestal wordt in de biochemie met aminozuren specifiek α-aminozuren bedoeld. α-Aminozuren zijn de bouwstenen van peptiden en proteïnen.
Autosomaal
Adjectief afgeleid van het woord autosoom. Autosomale eigenschappen zijn eigenschappen die op de autosomen liggen.
Autosomale vererving
Vererving van kenmerken of eigenschappen die zijn gelegen op autosomen.
Autosoom
Een autosoom is een chromosoom dat geen geslachtschromosoom is. Bij vogels dus niet het X of Y-chromosoom, maar één van de andere chromosomen (het adjectief afgeleid van dit woord is autosomaal). Autosomale eigenschappen zijn eigenschappen die op de autosomen liggen.
Bastaard
Basterd, hybride, kruisingsproduct.
Product ontstaan uit de versmelting van mannelijke en vrouwelijke gameten die een ongelijke chromosomenopbouw bezitten (tussen twee verschillende soorten of rassen). Bastaarden zijn meestal onvruchtbaar.
Bèta-caroteen
Bèta-caroteen is een precursor voor vitamine A (retinol) en wordt daarom ook wel provitamine A genoemd. Het zorgt – net als vitamine A – voor een goede weerstand en is erg belangrijk voor het gezichtsvermogen, maar ook voor gezonde botten, tanden, huid en haar en voor de groei. Bèta-caroteen is een anti-oxidant waardoor het schadelijke vrije radicalen neutraliseert.
Bewolkte zone
Een ringvormige structuur rond de kern in de cortex van een veer.
Canthaxantine
Canthaxantine (E161g) is een natuurlijke kleurstof die in veren van vogels kan voorkomen. Ze wordt vooral uit bèta-caroteen gesynthetiseerd.
Carophyll
Carophyll is een astaxanthine-product van de tweede generatie. Astaxanthine is een carotenoïde, meer bepaald een xantofyl. Het is een kleurstof die toegelaten is onder E-nummer E161j. Astaxanthine komt voor in microalgen, gist, zalm, forel, krill, garnaal, kreeft, krab en de veren van sommige vogels. Astaxanthine wordt, in tegenstelling tot sommige andere carotenoïden, in het menselijk lichaam niet omgezet in vitamine A. Het is een sterk antioxidans, tien keer sterker dan andere carotenoïden. Men vermoedt dat het daarom in planten en dieren voorkomt, als bescherming tegen ultraviolet (zon)licht. Astaxanthine komt in de natuur voor, maar wordt vooral kunstmatig aangemaakt uit aardolie. Het vindt toepassing als voedingssupplement voor mensen en dieren, vooral om voeding te kleuren, gekweekte zalm een roze kleur te geven en oranje kanaries een rode lipochroomkleur te geven.
Caroteen
Caroteen is een oranje kleurstof dat tot de groep van de carotenen behoort. Caroteen is een anti-oxidant. Er zijn twee verschillende vormen, die alleen aan het eind van de structuurformule van elkaar verschillen:
alfa-caroteen
bèta-caroteen
Carotenoïden
Carotenoïden omvatten een omvangrijke groep van gele tot roodachtige kleurstoffen. Bij vogels komen ze vooral voor in de chromoplasten en plastiden van huid, veren en eigeel, wanneer zij via hun voedsel deze kleurstoffen binnenkrijgen. Meestal bestaan carotenoïden uit onverzadigde koolwaterstofketens en hun oxidatieproducten. Ze worden onderverdeeld in:
caroteen, dat alleen uit koolstof en waterstof bestaat en
xantofyl, dat zuurstofhoudende derivaten van caroteen zijn.
De meest voorkomende vormen van carotenoïden in voedingsmiddelen zijn:
alfa-caroteen,
bèta-caroteen,
bèta-cryptoxanthine,
luteïne,
zeaxanthine en
lycopeen.
Waarvan alleen de eerste drie genoemde carotenoïden in het lichaam kunnen worden omgezet in retinol ofwel vitamine A.
Chromatide
Tijdens de kerndeling (mitose of meiose) verkeren chromosomen in een verdubbelde toestand. Beide chromosomen zitten dan op één plaats aan elkaar (het centromeer). In deze toestand worden de chromosomen elk met de term chromatide aangeduid. Als de kerndeling teneinde is en de beide chromatiden van elkaar gescheiden zijn, dan worden ze elk met de term (dochter)chromosoom aangeduid.
Chromosoom
Een chromosoom [Grieks: chroma = kleur; soma = lichaam] is een drager van een deel van het erfelijk materiaal (DNA) van een (meercellig) organisme.
Bij diploïde organismen, ook bij vogels, komen chromosomen voor in paren van homologe chromosomen, waarbij één exemplaar van de moeder komt en het andere van de vader. Homologe chromosomen hebben een gelijke opbouw, maar zijn niet identiek.
Er zijn autosomen of niet geslachtsgebonden chromosomen en geslachtschromosomen X en Y.
Chromosoom mutatie
Mutatie door het wegvallen van een deel van een chromosoom of door het keren van een deel van een chromosoom of het overgaan van een deel chromosoom naar een ander soortig niet-homoloog chromosoom.
Chromosoomgarnituur
Het aantal soorteigen chromosomen.
Chromosoompatroon
Karakteristiek chromosoombeeld van het individu.
Complementair
Elkaar aanvullend; samen met een andere factor een bepaald kenmerk veroorzaken.
Copuleren
Paren.
Cortex
Het gedeelte tussen de kern en de hoornlaag van een veer.
Crossing-over
Zie recombinatie.
Cryptoxanthine
Eén van de bij vogels voorkomende rode carotenoïde kleurstoffen.
Cultivering
Het kunstmatig doen aanpassen aan bepaalde levensvoorwaarden.
Cultures
Eén onbepaald aantal kweekprodukten.
Degeneratie
Ontaarding, achteruitgang van (goede) eigenschappen. Ontwikkeling van niet gewenste eigenschappen zoals b.v. de onvruchtbaarheid of het kleiner worden dan de oorspronkelijke grootte.
Differentiatie
Het ontstaan van de verschillende organen tijdens de groei van een individu.
Dimorfie
Tweevormigheid bij dezelfde soort. Meestal wordt bedoeld het verschil in secundaire geslachtskenmerken tussen mannen en poppen.
Diploïde-chromosoom
Een chromosoompaar.
Dominant
Overheersend.
Embryo
Vruchtbeginsel ontwikkelingsstadium van kiemcel tot geboorte.
Entalzijde
Het naar de binnenkant gerichte deel van de veer.
Enzymen
Stoffen, die een chemisch proces kunnen versnellen of vertragen.
Erfelijkheid
Het verschijnsel dat organismen en hun nakomelingen waarneembare kenmerken vertonen.
Eumelanine
Staafvormige kleurstof dat in diverse graden van oxydatie, in kleur kan variëren van zwart tot zandkleurigbruin.
Evolutie
Het ontstaan van nieuwe levensvormen via de weg der geleidelijkheid.
Extalzijde
Het naar de buitenkant gerichte deel van een veer.
Factoren
Eigenschappen of kenmerken die gedragen worden door genen.
Factormutatie
Puntmutatie, verandering van één gen.
Fauna
De dierenwereld in het algemeen.
Fertiel
Vruchtbaar.
Fertiliteit
Vruchtbaarheid.
Filia
Zoon of dochter. Gebruikte afkortingen: F, f.
F1 = generatie in de eerste graad. F2 = generatie in de tweede graad.
Flora
De plantenwereld in het algemeen.
Follikel
Het deel van de huid, waaruit de veer te voorschijn komt.
Formule
De mogelijkheid om het genotype van een individu met symbool en tekens weer te geven.
Gameet
Mannelijke zaadcel of vrouwelijk eicel, bevat het halve aantal chromosomen (enkelvoudig chromosoomgarnituur).
Gekoppelde factoren
Factoren die gelegen zijn in dezelfde chromosomen.
Genen
Dragers van de erfelijke eigenschappen. Enkelvoudiger.
Genetica
Erfelijkheidsleer.
Genoommutatie
Door een mutatie uitbreiden van het chromosoomtotaal.
Genotype
Het erfelijke type, de erfelijke samenstelling van het individu.
Geslachtscel
Zaadcel van de man of eicel van de pop.
Geslachtschromosoom
Het x chromosoom, bevat de geslachtsbepalende factoren. Mannelijke vogels bezitten tweemaal x chromosoom.
Geslachtsgebonden factoren
Factoren die zich bevinden op het x chromosoom.
Halfzijder
Een individu dat aan de linkerzijde anders is dan de rechterzijde. Dit verschijnsel ontstaat door een somatische mutatie.
Haploïde-chromosoom
Eén chromosoom van een chromosoompaar.
Heterosoom
Geslachtschromosoom.
Chromosoom dat het geslacht van een persoon bepaalt. Bij vogels heeft elke cel van een man twee X-chromosomen, en bij een vrouw bevat elke cel een X- en een Y-chromosoom.
Heterozygoot
Meer verervend dan het eigen uiterlijk. Een heterozygoot individu vormt gameten van verschillende factoren.
Homologe chromosomen
Homologe chromosomen zijn twee overeenkomstige chromosomen in een celkern. Doorgaans, ook bij vogels, komen chromosomen voor in paren van homologe chromosomen, waarbij één exemplaar van de moeder komt en het andere van de vader. Twee homologe chromosomen hebben een gelijke opbouw, maar zijn niet identiek. Ze bevatten dezelfde genen op dezelfde plaats, maar met verschillende genetische informatie, omdat de allelen verschillend zijn. Beide homologe chromosomen kunnen bijvoorbeeld coderen voor de kleur van de eumelanine: de ene voor zwarte eumelanine en de andere voor bruine eumelanine.
Homologie
Het begrip 'homologie' duidt op een gemeenschappelijke voorouderlijke vorm. Het begrip wordt vooral gebruikt voor genen, maar ook voor bijvoorbeeld hele organen. Indien van twee genen wordt gezegd dat ze homoloog zijn betekent dit ze van hetzelfde voorouderlijke gen afstammen.
Homozygoot
Men noemt een individu homozygoot indien de erfelijke factoren gelijk zijn. Ook wel fokzuiver voor bepaalde kenmerken.
Hormonen
Stoffen die door klieren in de bloed- en lymfebaan gebracht worden; ze beïnvloeden elkaar en regelen vele functies.
Hybride
Zie bastaard.
Infertiel
Onvruchtbaar.
Ino
Niet volledig albino. Een ino is nog in het bezit van b.v. carotenoïde kleurstoffen.
Inteelt
Paring in nauwe verwantschap.
Intermediair
Het midden houdend tussen twee verschillende kenmerken of eigenschappen.
Intermediaire vererving
Onvolledig dominante vererving.
Iridisente kleuren
Metaalachtige kleuren, die variabel worden waargenomen onder invloed van de invalshoek van het licht.
Kanarie-xantophyl
Eén van de bij vogels voorkomende gele kleurstoffen.
Keratine:
Verhoornde opperhuidcellen van de veer.
Kiemcel
Bevruchte eicel, zygoot.
Kiemschijf
Groepje cellen op de eidooier, ontstaan na een aantal celvermeerderingen.
Klievings-deling
Deling van de éérste lichaamscel.
Kunstmatige mutatie
Mutatie door bestraling of een andere natuurlijke ingreep.
Latent
Verborgen, een latente factor wil zeggen dat de werking van deze factor verborgen of verscholen aanwezig is.
Letaal
Dodelijk. Een letale factor is een factor die een dodelijke werking uitoefent op het individu. Van een letaal werkende factor is bekend dat deze de ontwikkeling van de kiemcel stuit.
Leucisme
Leucisme is een afwijking bij dieren en mensen die leidt tot een verminderde pigmentatie. Leucisme lijkt op albinisme en wordt daar soms mee verward. Leucisme resulteert in een vermindering van alle types huidpigment, niet slechts van melanine.
Dieren met deze afwijking hebben een witte vacht, huid, veren of schubben. De afwijking kan ook alleen voor delen van het lichaam zijn. Het verschil met albinisme is dat leucistische dieren hun normale kleur ogen hebben. Albinistische dieren hebben rode ogen.
Lichaamscel
De cellen waarmee het individu is opgebouwd.
Locus
Plaatsaanduiding voor de vaste positie van genen in de chromosomen.
Luteïne
Eén van de bij vogels voorkomende gele kleurstoffen.
Macro-chromosomen
Relatief grote chromosomen.
Man
Mannelijke vogel. 1-0 betekent man. symbool voor een man.
Meervoudige mutatie
Meerdere toestandveranderingen van een en dezelfde wildfactor.
Meiose
De meiose of reductiedeling is een tweedelig delingsproces dat voortplantingscellen produceert: namelijk eicellen en zaadcellen/stuifmeelkorrels bij planten en dieren, en sporen bij schimmels, mossen en varens. De homologe chromosomenparen zullen daardoor niet meer samen voorkomen in de moedercel. Wat genetisch van man en van pop is zal volgens toeval over de dochtercellen worden verdeeld.
De moedercel is diploïd en bevat homologe chromosomen. De dochtercellen bevatten slechts 1 chromosoom van elk homoloog paar en worden haploïd genoemd (de term moeder in moedercel heeft hier de betekenis van oorsprong en dochtercel deze van ontvanger).
Melanine
Staaf- of korrelvormige kleurstof.
Melanisme
Melanisme is het tegenovergestelde van albinisme en betekent dat een enkel individu van een (meestal dier)soort een overwegend zwarte kleur heeft, terwijl andere individuen een andere, meestal lichtere kleur hebben.
Melanoblasten
Primaire pigmentcellen of zwartkiemen, noodzakelijk voor de ontwikkeling van melanine. Zie melanocyten.
Melanocyten
In een verder stadium verkerende pigment cellen, waarin melaninekorrels worden afgezet. Zie melanoblasten.
Micro-chromosomen
Relatief kleine chromosomen.
Mitose
De mitose of kerndeling is het proces waarbij de chromosomenparen zich verdubbelen en paarsgewijs uit elkaar gaan. Dit is een onderdeel van de celcyclus.
Mm-reeks
Meervoudige mutatiereeks, de vogels van dominantie van gemuteerde factoren die dezelfde wildfactor hebben.
Modificatie
Niet erfelijke verschillen in de ontwikkeling van individu met dezelfde erfelijke aanleg door omstandigheden zoals andere voeding of een ander milieu.
Molecuul
Kleine deel, waarin een stof scheikundig kan worden zonder te veranderen.
Monogaam
Eén partner hebbende.
Multiple-allelomorfen
Zie meervoudige mutatie.
Mutageen
Een genotoxische stof of mutageen (samenvoeging van mutatie en genese) is een chemische stof of elektromagnetische straling die het DNA beschadigt en zo erfelijke veranderingen kan veroorzaken (mutaties). Mutagene stoffen zijn stoffen die (langzaam) het DNA in de celkern veranderen
Mutant
Gemuteerde factor of gewijzigde verschijningsvorm van een soort a.g.v. een mutatie.
Mutatie
Plotselinge toestandverandering van erfelijke aanleg. Men onderscheidt al naar gelang de oorzaak. 3 soorten mutaties:
de factormutatie of puntmutatie,
de chromosoommutatie,
de genoommutatie.
Mutatiecombinatie
Het in één individu verenigen van twee of meer verschillende mutagene kenmerken.
Nomenclatuur
betekent in het algemeen: naamgeving. Onder wetenschappelijke nomenclatuur verstaat men het op systematische wijze benoemen van allerlei zaken. Zo worden eenduidige namen gegeven aan planten, dieren, chemische stoffen, etc. Dit heeft een eenduidige communicatie als doel: idealiter heeft een wetenschappelijke naam voor iedereen die ermee werkt dezelfde, unieke betekenis. Wetenschappelijke namen worden veel in de taxonomie gebruikt, bij de indeling van levensvormen.
Onafhankelijke factoren
Factoren die onafhankelijk van elkaar vererven, maar wel gelijktijdig kunnen optreden.
Ongemuteerde factor
De oorspronkelijke factor, de wildfactor of wildallele.
Organisme
Individu, levend wezen.
Ornithologie
Grieks woord voor vogelkunde: Ornitholoog is vogelkundige of vogelkenner.
Ovarium
Eierstok.
Oxydatie
Het m.b.t. een enzyme ontstaan van melanine.
Phaenotype
De uiterlijke verschijningsvorm, het totaal van de uiterlijke kenmerken.
Phaeomelanine
Korrelvormige roodbruine kleurstof.
Pigment
Algemeen: een pigment is een stof die een kleur reflecteert. Pigmenten ontlenen hun kleurwerking aan de absorptie van bepaalde golflengtes van het zichtbare licht. Een pigment dat alle golflengten absorbeert heeft een zwarte kleur, een pigment dat alle golflengten reflecteert is wit. Een pigment dat vooral rode, oranje en gele golflengtes absorbeert, zal een groenblauwe kleur vertonen. Het pigment vertoont dus de kleur van het licht dat erop reflecteert.
Ornithologisch: gebruikt als de verzamelnaam voor eumelanine en feomelanine.
Pluriform
Verschillend.
Polymere factoren
Veroorzaken gezamelijk één kenmerk.
Polymerie
Samenstelling uit meer delen.
Pop
Vrouwelijke vogel, 0-1 betekent pop, is het symbool voor pop.
Proefparing
Een paring die wordt uitgevoerd om te onderzoeken welke eigenschappen een individu heeft.
Puntmutatie
Eigenschapverandering van één gen of factor, terugmutatie is waargenomen.
Recessief
Terugtredend, bij een paring van twee gelijke in verschijningsvorm kan een kenmerk optreden dat geen van beide oudervogels bezit. Het kenmerk dat dan optreedt noemt men recessief.
Recombinant
De ontstane variatie na een recombinatie.
Recombinatie
Het van plaats verwisselen van gekoppelde factoren in een chromosoompaar. In de genetica spreekt man vaak van crossing-over.
Reductiedeling
De deling van de geslachtscellen, waarbij het aantal chromosomen wordt gereduceerd tot de helft.
Regeneratie
Herstel van oorspronkelijke kenmerk door het organisme zelf.
Reserve mutatie
Terugmutatie, de gemuteerde factor herneemt zijn oorspronkelijke toestand.
Rhodaxanthine
Eén van de bij vogels voorkomende rode carotenoïde kleurstoffen.
Rudimentair
Nauwelijks ontwikkeld.
Sex-index
De verhouding van de geslachtskenmerkende factoren tussen de man en de pop.
Somatische cel
Lichaamscel.
Somatische mutatie
Mutatie in of van een somatische cel. Deze mutatie is niet erfelijk.
Spectrum
Verzameling van de verschillende kleuren lichtstralen, die in daglicht voorkomen.
Spermatozoïden
Mannelijke cellen, die dienen voor de voortplanting.
Split
Meervoudige verervend. Ook wel ras-onzuiver voor een kenmerk. Aan een individu dat split is voor een bepaald kenmerk is niet te zien, het heeft wel de mogelijkheid om het kenmerk te vererven. Grijs/bruin = grijs, split voor bruin. Grijs/bruin+masker = grijs, split voor bruin en split voor masker.
Symbool
Een letter of teken waarmee in een formule kenmerken of eigenschappen kunnen worden aangegeven.
Terugmutatie
Een gemuteerde factor die zijn oorspronkelijke toestand herneemt.
Tyndall-effect
Het optreden van blauweffect in de bevedering als gevolg van breken, verstrooien en terugkaatsen van de blauwe stralen uit het lichtspectrum.
Tyrosinase
Het noodzakelijke enzyme om oxydatie van melanine te doen plaats vinden.
Tyrosine
De grondstof, waaruit het enzyme tyrosinase wordt gevormd.
Vacuole
Structuur in de bevedering, waardoor het tyndaal-effect optreedt. (Holten, waarin reserve eiwitten zijn opgestapeld).
Wildfactor
De oorspronkelijke, niet gemuteerde kleur.
Wildkleur
De oorspronkelijke soorteigen kleur.
Wildvorm
De oorspronkelijke vorm.
Zeaxanthine
Zeaxanthine
Zygoot of zygote
Kiemcel. De samengesmolten mannelijke en vrouwelijke gameten. Bij de samenstelling van gameten van hetzelfde genotype ontstaat een homozygoot individu.
 
HomeArtikelenStandaardenWeblogsForumTe koopLinks
Hosting en Design :: Stabiton bvba2007 • Hosting en Design © Stabiton bvba Gebruiksovereenkomst | Privacybeleid | 2017-12-11